Belgium
Dutch text
----- REGELGEVEND
CONTEXT -----
De
Energieprestatierichtlijn: de laatste evoluties
1 DOELEN EN EISEN
De op 4 januari 2003 gepubliceerde Europese richtlijn
2002/91/EG heeft tot doel de verbetering van de energieprestatie
van de gebouwen in de Europese Unie te stimuleren,
rekening houdend met de klimatologische omstandigheden
en de plaatselijke bijzonderheden.
De titel van het document roept de idee van een nieuwe
zienswijze op. Vanaf heden moeten de reglementeringen
gekoppeld worden aan de globale energieprestatie van
de gebouwen. Dit betekent dat ze niet enkel de thermische
isolatie ervan in aanmerking moeten nemen, maar tevens
een geheel van andere parameters die verband houden
met het energieverbruik en het binnenklimaat : voordelen
van een doordachte ligging (waardoor het mogelijk
is de zonnewinsten te benutten of oververhitting te
vermijden), kwaliteiten van het ventilatiesysteem,
rendement van de installaties, gebruik van hernieuwbare
energiebronnen, …
De omzetting van deze eisen in de nationale of gewestelijke
wetgeving van de verschillende EU-Lidstaten zou vanaf
4 januari 2006 een feit moeten zijn. Indien de Lidstaten
echter kunnen aantonen dat ze op de betreffende datum
niet beschikken over voldoende gekwalificeerde en/of
goedgekeurde experten, mogen ze zich beroepen op een
bijkomende termijn van drie jaar om de eisen met betrekking
tot de certificering en de keuring toe te passen.
In ons land zijn de drie Gewesten bevoegd op het vlak
van energie. De aanpassing van de wetgeving om te
beantwoorden aan de richtlijn moet dus gebeuren op
gewestelijk niveau.
2 CONCRETE UITVOERING
Bij de publicatie van de richtlijn in 2003 bestond
er in het Vlaamse Gewest al een reglementering voor
de warmte- isolatie van nieuwe woongebouwen. Het Waalse
en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest beschikten
op hun beurt over regelgevingen die de warmte-isolatie
van woongebouwen, kantoorgebouwen en schoolgebouwen
in aanmerking namen, en dit zowel voor nieuwbouw als
voor renovaties. In het Waalse Gewest bestond er bovendien
een wetgeving voor de ventilatie van de hierboven
opgesomde gebouwtypes.
Voor woongebouwen laat de Waalse regelgeving de ontwerpers
eveneens toe te kiezen tussen de berekening van een
globaal warmteisolatieniveau en de bepaling van de
nettoenergiebehoeften voor de verwarming, rekening
houdend met de ventilatie, de zonnewinsten en de interne
winsten.
Deze reglementeringen volstaan echter niet om de eisen
uit de richtlijn te respecteren. De drie Gewesten
zijn derhalve verplicht hun wetgeving aan te passen.
Het Vlaamse Gewest
Het nieuwe Vlaamse decreet van 7 mei 2004 met betrekking
tot de energieprestatie van gebouwen en het binnenklimaat
vormt de grondslag voor de uitvoering van de richtlijn
(met uitzondering van de keuringen) en creëert
een kader voor de controle ervan. Dit decreet, aangevuld
door het besluit van de Vlaamse Regering van 11 maart
2005, verstrengt de eisen op het gebied van de warmte-isolatie
en legt de aanwezigheid van een ventilatiesysteem
op voor alle nieuwe gebouwen waarvoor de stedenbouwkundige
vergunning afgeleverd wordt na 1 januari 2006.
Wat de berekening van de energieprestatie betreft,
verplicht het besluit de toepassing van een nieuwe
methode en een nieuwe parameter : het E-peil. Deze
laatste neemt niet enkel de zonnewinsten en de interne
winsten, maar ook de prestaties van de installaties
(verwarming, sanitair warm water, ventilatie, airconditioning,
verlichting, …) en de oververhitting in aanmerking.
Het uitvoeringsbesluit voorziet een overgangsperiode
(van 1 januari tot 30 juni 2006), gedurende welke
men de keuze heeft tussen het voldoen aan de eis van
het Kniveau of de nieuwe eis van het E-peil (die zowel
geldig is voor nieuwe woongebouwen, kantoorgebouwen
als schoolgebouwen).
In december 2005 kondigde minister Peeters bovendien
aan dat hij de Vlaamse Regering zal voorstellen om
deze overgangsperiode te verlengen tot 31 december
2006.
De certificering van gebouwen zal stapsgewijs verlopen
:
- voor nieuwe gebouwen keurde de Vlaamse Regering
in december 2005 een ontwerpbesluit goed, waardoor
het certificaat gekoppeld wordt aan de voorwaarden
voor de bouwvergunning
- een tweede stap betreft de certificering van bestaande
gebouwen, waarvoor de reglementering momenteel op
punt gesteld wordt
- dit geldt tevens voor de implementatie van de artikels
inzake de keuring van de stookketels en de koelsystemen.
Het Waalse en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest
In deze twee Gewesten komt de omzetting van de richtlijn
eveneens op gang. Net zoals in Vlaanderen moet men
zich verwachten aan een verstrenging van de eisen
op het gebied van de warmte-isolatie, en vermoedelijk
aan een strikter kader voor de controle van de opvolging
van de reglementering. Er komen bovendien eisen met
betrekking tot de energieprestatie.
Verder willen we erop wijzen dat er in de drie Gewesten
vrijwillige acties voorgesteld werden in voorbereiding
op de certificering of de geïntegreerde benadering
van de energieprestatie. Daarnaast wordt er volop
gewerkt aan de ontwikkeling van gemeenschappelijke
hulpmiddelen (databanken met productgegevens, …).
Link : De thermische regelgevingen in de 3 gewesten
:www.normen.be
-----
REGELGEVEND CONTEXT -----
Energieprestatiecertificatie
bij de bouw goedgekeurd
De besluitswijziging voor het invoeren van het energieprestatiecertificaat
bij de bouw werd op 2 december 2005 goedgekeurd door
de Vlaamse Regering. Dat betekent dat voor gebouwen
waarvoor een E-peil wordt berekend, gelijktijdig met
de EPB-aangifte een energieprestatiecertificaat wordt
opgemaakt. Dat certificaat wordt door de verslaggever
uit de EPB-software gegenereerd.
Verdere besluiten voor de invoering van het energieprestatiecertificaat
worden gefaseerd uitgewerkt. Daarbij wordt de invoering
van het energieprestatiecertificaat bij de verkoop
van woongebouwen en voor publieke gebouwen voorzien
in 2008. Het energieprestatiecertificaat bij de verhuur
van woongebouwen en bij de verkoop en verhuur van
niet-woongebouwen kan worden verwacht in 2009.
De inhoud en de vorm van dit document moeten nog formeel
worden goedgekeurd.
|
|
|
|
|
|
|
|
Draft - recto
548 KB
|
|
Draft - verso
820 KB
|
|
-----
VRIJWILLIGE CONTEXT -----
De
vorming van energiedeskundigen is lopend in Vlaanderen
en in Wallonië
Het doel van de EAP ligt in de uitvoering,
op vrijwillige basis, van een energieaudit op bestaande
eengezinswoningen. De EAP is een initiatief van de
drie Gewesten en de federale Staat. Ze is dus gemeenschappelijk
voor alle Gewesten en is in het hele land onveranderlijk
van toepassing.
De uitvoering ervan wordt ondersteund door een mechanisme
van premies en subsidies. Op federaal niveau wordt
er sedert 2003 een belastingsvermindering toegekend
voor investeringen die kunnen leiden tot energiebesparingen.
Een van de beschouwde maatregelen is de uitvoering
van een energieaudit. Ook de in dit document beschreven
Energieadviesprocedure komt hiervoor in aanmerking.
Praktische details omtrent deze maatregel zijn beschikbaar
op de website van de Federale Overheidsdienst Financiën
[3] evenals op de websites van de gewestelijke administraties
die bevoegd zijn op het vlak van energie [1, 4, 5].
Hoewel er in het Waalse Gewest momenteel premies en
subsidies toegekend worden voor de uitvoering van
energieaudits, zal de toewijzing van bepaalde specifieke
premies (zoals bijvoorbeeld voor de isolatie van vloeren
op de volle grond) voortaan enkel nog gebeuren mits
dit aanbevolen werd in een energieadvies, geformuleerd
aan de hand van de EAP.
Het computerprogramma dat de procedure implementeert,
is vanaf heden beschikbaar in beide landstalen. Men
kan er een advies mee afleveren met een uniforme voorstelling
van de resultaten. Bovendien kan men er het fiscale
attest mee creëren waarvan hiervoor sprake was.
ENERGIEDESKUNDIGEN
Zowel in Vlaanderen als in Wallonië worden er
momenteel opleidingen georganiseerd voor de vorming
van een reserve van energiedeskundigen die erkend
worden door de Gewesten. Deze deskundigen kunnen de
EAP toepassen, de bijhorende software gebruiken en
het fiscale attest afleveren dat toelaat te genieten
van de belastingsverminderingen.
Wat de erkenning van de deskundigen betreft, werden
(worden) de volgende initiatieven op punt gesteld
in de drie Gewesten van ons land :
- het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni
2005 [5] legt de erkenningsmodaliteiten voor de energiedeskundigen
vast. Hun opleiding, georganiseerd door het VIZO,
ging van start in de herfst van 2005 en de eerste
door het Vlaams Gewest erkende deskundigen
zijn nu reeds aan de slag. Voor meer informatie hieromtrent
verwijzen we naar de energieportaalsite van het Vlaamse
Gewest [4]
- de Waalse regering werkt momenteel
aan de opstelling van een besluit met betrekking tot
de erkenning van auditeurs voor de uitvoering van
energieaudits in de woningsector.
De opleiding van energiedeskundigen, zoals voorzien
in dit besluit, is in voorbereiding en de eerste sessie
zal georganiseerd worden in de loop van maart 2006.
Een oproep tot deelname aan deze opleidingen werd
reeds gelanceerd. Meer informatie over dit onderwerp
is beschikbaar op de energieportaalsite van het Waalse
Gewest [1]
- in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
zullen er geen specifieke opleidingen plaatsvinden.
Het zou echter wel moeten overgaan tot de goedkeuring
van deskundigen die erkend werden in één
van de andere twee Gewesten.
Er zijn momenteel besprekingen aan de gang met het
oog op de mogelijke gezamenlijke goedkeuring van deskundigen
die erkend werden door elk Gewest afzonderlijk.
We willen er bovendien op wijzen dat de documenten
die op dit ogenblik afgeleverd worden in het kader
van de EAP niet gelijkgesteld mogen worden met het
energiecertificaat voor gebouwen, zoals voorzien in
de Europese Energieprestatierichtlijn voor gebouwen.
De stappen die vandaag de dag ondernomen worden op
het vlak van de inzameling van informatie over gebouwen
waarin de EAP toegepast werd, de praktische kennis
die hieromtrent opgedaan wordt, evenals de opleiding
van de energiedeskundigen vormen echter elementen
die de verplichte invoering van een energiecertificaat
voor bestaande gebouwen in de nabije toekomst zullen
vergemakkelijken.
STIMULI
Naast de uitvoering van een audit bestaan er nog tal
van andere maatregelen waarvoor particulieren, bedrijven
of instanties een beroep kunnen doen op premies en
subsidies ter verbetering van de energieprestatie
van nieuwe of bestaande gebouwen.
Zo zijn er stimuli beschikbaar voor alle hierna opgesomde
maatregelen (om ervan te kunnen genieten moet echter
wel voldaan worden aan enkele specifieke voorwaarden)
: isolatie van daken, vervanging van vensters en oude
stookketels, laatsing van regelsystemen voor de verwarmingsinstallatie,
installatie van zonneboilers, voorzien van een thermisch
isolatieniveau in nieuwe gebouwen dat beter is dan
het wettelijk verplichte, plaatsing van een mechanisch
ventilatiesysteem met warmteterugwinning, installatie
van fotovoltaïsche cellen.
Deze maatregelen werden ingevoerd op meerdere niveaus
: federaal, gewestelijk, provinciaal, gemeentelijk,
door de energieleveranciers, … De verschillende mogelijkheden
in dit kader worden voorgesteld op de websites van
de gewestelijke instanties die bevoegd zijn op het
vlak van energie.
Links en referenties
| [1] |
Energiesite van het Waals Gewest
: http://energie.wallonie.be/ |
|
| [2] |
X. Loncour, De Energieadviesprocedure
weldra op de rails, WTCB Dossiers - Katern nr
5 - 2de trimester 2005 |
|
| [3] |
Federale Overheidsdienst Financien
: www.minfin.fgov.be |
|
| [4] |
Besluit van de Vlaamse Regering
van de 17 juni 2005 houdende de erkenning als
energiedeskundige voor woningen en houdende de
uitvoeringsvoorwaarden van de energieaudit voor
woningen |
|
| [5] |
Energiesite van het Vlaams Gewest
: www.energiesparen.be |
|
| [6] |
Energiesite van het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest : www.ibgebim.be |
|
|
|
Brochure : Procédure d'avis
Energétique (PAE) pour les logements :
Devenir auditeur agréé (enkel in
het Frans beschikbaar) |
-----
PROJECTEN -----
Het Europese project SAVE STABLE: Wat verwachten gebouweigenaars
van certificatie?
Hoe kunnen we energiecertificaten aantrekkelijk maken
voor gebouweigenaars? Wat kan het mogelijk effect
zijn van certificatie op de bouwmarkt ? Welke aanpassingen
zijn nodig of welke omkaderende maatregelen zijn nodig?
Dit zijn enkele van de kernvragen die het STABLE-project
vorm geven. STABLE wil een discussie aangaan met gebouweigenaars,
huurders, bouwpromotoren en andere vertegenwoordigers
in de bouwmarkt, om het effect van certificatie voor
bestaande gebouwen af te toetsen.
Deze resultaten moeten de verschillende regio's in
staat stellen om de invoering van certificatie beter
af te stemmen op de noden en de verwachtingen van
de bouwmarkt.
Zoals het IMPACT project, wil het project de regio's
ondersteunen bij de invoering van energiecertificatie.
STABLE richt zich vooral op de bouwmarkt.
Achtergrond
Via de richtlijn 2002/EC/91 over energieprestaties
van gebouwen wil Europa voor alle gebouwen een energiecertificaat
invoeren. Dit certificaat zal verstrekt worden bij
de bouw of bij een ingrijpende renovatie. Voor bestaande
gebouwen kan een auditeur een certificaat opstellen
na een audit van het gebouw. Het certificaat wordt
dan verplicht getoond bij verkoop of verhuur van het
gebouw. Momenteel zijn deze maatregelen in vele Europese
landen nog niet ingevoerd. Een grondige voorbereiding
is hiervoor nodig en is aan de gang.
Qua principe is het systeem van energiecertificatie
redelijk eenvoudig. De praktische uitwerking laat
echter heel veel mogelijkheden voor elke regio om
deze of geen aspecten anders in te vullen. Dit laat
toe om de invoering van energiecertificatie af te
stemmen op de plaatselijke noden en prioriteiten.
Een omschrijving van de plaatselijke situatie is daarom
belangrijk.
Europese samenwerking
Het project wordt gezamenlijk uitgevoerd door partners
uit Finland, Zweden, Nederland, België, Bulgarije,
Griekenland en Oostenrijk. Hier zijn respectievelijk
Motiva, STEM, SenterNovem, VITO, EEA, CRES en de EVA
projectpartners. De SPF en de FREF, respectievelijk
de Zweedse en Finse Eigenaarsvereniging zijn eveneens
partner in dit project. Verder wordt dit project ondersteund
door de twee grote Europese federaties van gebouweigenaars.
Uitwerking
STABLE start met het in kaart brengen van de verschillende
certificatieprocedures in de verschillende landen.
Dit gebeurt om een basis te leggen voor het eigenlijke
onderzoek.
In een tweede fase wordt een vragenlijst opgesteld
voor professionele gebouweigenaars en professionelen
werkzaam in de bouwmarkt. Deze vragen behandelen verschillende
aspecten.
De markt wordt bijvoorbeeld ondervraagd over kwaliteitsvereisten
die de vertegenwoordigers minimum wensen te zien.
Vereisten voor de opleiding en omkadering van auditeurs
worden bekeken. Welke omkadering vanuit de overheid
is er nodig, welke andere omkaderende maatregelen
zijn overbodig? Andere aspecten benaderen de technische
kant van certificatie: 'welke onderdelen van een gebouw
zijn van belang en welke niet?'
In een derde fase worden deze resultaten statistisch
verwerkt en vergeleken met de certificatiemethodes
die in die regio van toepassing zullen zijn. Uit de
verwerking van de antwoorden kunnen patronen afgeleid
worden. Deze fase toetst of deze vraag vanuit de markt
beantwoordt wordt door de certificatieprocedure die
voorgesteld wordt binnen de regio.
Tezelfdertijd poogt dit project ook een discussie
op gang te brengen met de financiële wereld.
Hiermee willen we vooral banken en verzekeraars bereiken
die een groot deel van hun activiteiten in de bouwsector
hebben. De evolutie naar gebouwcertificatie kan ook
voor deze sector gevolgen hebben. Meer nog, in andere
landen worden labels en certificaten soms gekoppeld
aan voordelige rentes voor leningen, aangepaste voorwaarden,
hypotheken of kadastrale inkomens. De discussie wil
nagaan of de sector ook in België mogelijkheden
hiervoor ziet.
Resultaten
Tenslotte is het belangrijkste onderdeel van dit
project de bekendmaking van de resultaten. Daarom
is er een groot luik voor verspreiding van de resultaten
in het project voorzien. Deze activiteiten gaan over
het uitgeven van publicaties in technische en algemene
media, maar ook het organiseren van seminaries en
conferenties. Deze activiteiten zijn gepland vanaf
2006.
Laat uw mening kennen
Of u nu professioneel werkzaam bent in de bouwsector,
of persoonlijk eigenaar bent van een gebouw, u kan
uw mening over certificatie laten kennen. Uiteindelijk
zal certificatie toch een verandering in de gehele
bouwmarkt teweeg brengen. Daarnaast krijgt u een beter
beeld van de talloze implicatie die certificatie kunnen
hebben.
Indien u professioneel werkzaam bent in de sector,
klik
hier
Als privaat gebouweigenaar, klik
hier
Voor meer informatie: Dries.Maes@vito.be
Most recent change | 15-02-2006
|
|