Belgium
Dutch text
| |
Newsletter
4
|
|
De resultaten
van het IMPACT project zijn nu beschikbaar |
|
|
| |
|
|
|
| |
Resultaten van andere
Europese projecten |
|
|
| |
|
|
|
| |
Video-presentaties van de International Conference
on Energy Performance and Indoor Climate, Lyon
(20-22 November 2006) |
|
|
| |
|
|
|
Resultaten
van het IMPACT project
1-
IMPACT Nationale Energieprestatie Certificatietest
in België
Het Impact project in België heeft de verschillende
stappen bekeken, nodig om de energie certificatie
te implementeren. Coherentie tussen de verschillende
methodologiën toegepast op gebouwen gedurende
een bepaalde fase in hun bestaan (nieuw versus bestaand
gebouw) is een belangrijk punt. Een vergelijking (zowel
theoretisch als numeriek) tussen de twee procedures
voor nieuwe en bestaande gebouwen is gerealiseerd.
Testen uitgevoerd in de praktijk focusten op de toepassing
van de Energieadviesprocedure (EAP) om zijn pro's
en contra's als een certificatiemethode voor bestaande
woningen te onderzoeken.
Deze procedure is - momenteel - de enige in België
gerelateerd aan een certificatiemethode voor gebouwen.
Zowel de opleiding voor experts als de feitelijke
methodologie werden onderzocht. Ook werden externe
experts naar hun ervaring en ideeën gevraagd
over de introductie in de markt van een toekomstig
verplicht certificaat.
De resultaten waren redelijk optimistisch en positief,
maar toch blijven er vele onzekerheden bestaan. De
uiteindelijke methode zal eenvoudig moeten zijn (maar
niet simplistisch) en de procedures zullen heel duidelijk
moeten zijn.
Mogelijkheden om de huidige versie van de EAP te vereenvoudigen
zijn ook geïdentificeerd. Een sensitiviteitsanalyse
van de input data van de EAP werd gerealiseerd. Aanbevelingen
naar experts werden geformuleerd en verspreid.
Download
de verslagen
2
- Compilatie van nationale testrapporten
De vooruitgang van het IMPACT project was sterk verbonden
met de nationale implementatie van de EPBD. Ondanks
dat bijna alle landen in zekere mate vertraging hadden
opgelopen hieromtrent, werden de IMPACT testen toch
vervolledigd in 6 Europese landen met enkele belangrijke
resultaten. Deze hebben de nationale implementatie
op hun beurt beïnvloed en bijgedragen tot de
oplossing van specifieke problemen. De resultaten
van deze testen zijn samengevat in één
verslag.
Alle gebouwtypes (kleine en grote residentiële
gebouwen, flats, niet-residentiële gebouwen)
werden behandeld in het project. Het aantal auditeurs,
hun kwalificatie en opleiding en ook de correlatie
tussen de gebruikte methode en de kosten van de certificatie
werden intensief bekeken door de verschillende partners.
Er zijn ook enkele testen die speciaal aandacht besteden
aan een specifiek element in een bepaald land.
De resultaten kunnen dienen als inspiratiebron voor
andere landen die dezelfde randvoorwaarden opgelegd
kregen.
Het doel van dit document is om een overzicht te geven
van de verschillende aanpakken en de resultaten in
de verschillende landen.
Download
de verslagen
3
- Nationaal Test Evaluatie Rapport - Richtlijnen van
Goede Praktijk
IMPACT testen werden uitgevoerd in 6 landen: België,
Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Nederland en Spanje.
Gebaseerd op bevindingen van de nationale IMPACT testen
werd een model van goede praktijk ontwikkeld voor
de energiecertificatie in Europa. Dit model dekt alle
essentiële stappen voor energiecertificatie en
zo kunnen algemene richtlijnen van goede praktijk
ook ontwikkeld worden voor andere lidstaten. Deze
richtlijnen worden voorgesteld door het beantwoorden
van 10 hoofdvragen die de implementering en uitvoering
aanbelangen van de energiecertificering van gebouwen.
Een optimale, succesvolle aanpak in een specifiek
land hangt af van de nationale context. Alle methoden
hebben bepaalde voor- en nadelen, de welke grondig
beschreven zijn in het rapport.
Download
de verslagen
STABLE:
Verzekeren van de start van de energiecertificatie
van gebouwen; Het verbeteren van de aantrekkelijkheid
van de markt door betrokkenheid van de gebouweigenaar
VITO realiseert in België het STABLE-project.
Het project voorziet in België verschillende
acties om energiecertificatie beter bekend te maken
bij de bouwmarkt en vooral bij gebouweigenaars. Daarom
voerde VITO enquêtes uit bij gebouweigenaars,
met het doel een idee te vormen over hun verwachtingen
en eisen in verband met energiecertificatie en hoe
de invoering van certificatie voor hen een meerwaarde
kan bieden.
Verschillende verenigingen van eigenaars hebben meegewerkt
aan de enquête: het AES-SNP en het Nationaal
Informatie Centrum voor Mede-eigenaars vzw. Aangezien
de Belgische gebouweigenaar moeilijk via verenigingen
te contacteren is, werd een derde actie via het internet
opgezet. Hierbij werd de actie ondersteund door Livios
(http://www.livios.be).
De resultaten geven een goede kwantitatieve en kwalitatieve
indruk van de opinie van gebouweigenaars over gebouwcertificatie.
Enkele sterkere of meer verrassende punten kunnen
als volgt onderstreept worden:
- De meeste eigenaars zijn sterk tot heel sterk
geïnteresseerd in de informatie die hen wordt
geboden.
- De zwart-wit gegevens op het certificaat dragen
de grootste interesse weg: wat is het jaarlijkse energieverbruik,
wat is de jaarlijkse kost, en vooral hoe kan dit praktisch
verbeteren.
- Vergelijking tussen verschillende gebouwen
via een label of kleurendiagramma, is minder interessant
voor gebouweigenaars. Deze informatie is uiteindelijk
meer voor de potentiële kopers. Als aandachtspunt
geldt dat heel negatieve labels vooral demotiverend
werken. Bij de invoering is het dus nodig om zorgvuldig
de voorstellingsmethode te kiezen om deze demotivering
te vermijden.
- Eigenaars beschouwen het certificaat als een
belangrijk document, maar het is slechts één
van de factoren in het gehele bouw- of koopproces.
Sommige factoren zoals de ligging of de grootte van
het gebouw zijn duidelijk belangrijker.
Uiteindelijk zullen de gebouweigenaars betalen voor
het certificaat. Over de kostprijs zijn de eigenaars
bereid genuanceerd te blijven. Wat daarvoor wordt
verwacht, is ten eerste dat nauwkeurige informatie,
die heel specifiek van toepassing is op hun huis,
gedetailleerd wordt beschreven in het certificatieverslag.
Een tweede grote vereiste van de eigenaars is de vraag
naar een kwaliteitsgarantie van het certificaat.
Het certificaat geeft dus informatie die door de eigenaars
met interesse wordt aanvaard, maar de eigenaars verwachten
wel kwaliteit.
EPLABEL:
Een programma om energiecertificaten af te leveren
gebaseerd op gemeten energieverbruik zichtbaar gesteld
in publieke gebouwen in Europa binnen een harmoniserend
netwerk (www.eplabel.org)
"Asset rating" en "operationnal rating"
Er bestaan twee belangrijke methoden om de energieprestatie
van een gebouw te evalueren: evaluatie door berekening
(in het Engels: "asset rating") of evaluatie
op basis van het werkelijke verbruik (in het Engels:
"operational rating"). Beide methoden hebben
voor- en nadelen.
- Asset rating vergt een aanzienlijk aantal inputgegevens
en maakt het mogelijk snel de energiebesparingsmaatregelen
te identificeren om de prestatie van het gebouw
te verbeteren, met uitzondering van de maatregelen
die verband houden met niet-geanalyseerde parameters
(waaronder de kwaliteit van de uitvoering van het
gebouw, het beheer en het werkelijke gebruik van
het gebouw).
- Operational rating vergt weinig gegevens en is
dus gemakkelijker te realiseren. De kwaliteit van
de uitvoering van het gebouw, het beheer en het
werkelijke gebruik van het gebouw hebben een invloed
op de prestatie van het gebouw. Een nadeel van deze
methode is dat het een abnormaal hoog verbruik veroorzaakt.
Opmerking: In België is de procedure voor energieadvies
een gemengde methode. Het is een combinatie van asset
rating voor de evaluatie van de prestaties van een
woning, en operational rating voor de evaluatie van
de mogelijke besparing.
Openbare gebouwen
Asset rating is heel geschikt voor residentiële
of handelspanden - koop- of huurpanden - omdat het
de toekomstige eigenaar of huurder objectieve informatie
verstrekt, onafhankelijk van het gebruik van het gebouw
door de vorige eigenaar of huurder. Dat is niet het
geval voor openbare gebouwen, om minstens drie redenen:
- Voor de inwoners van een gemeente is het interessanter
te weten hoeveel een gebouw van de gemeente werkelijk
verbruikt dan het theoretische verbruik, want zij
betalen het werkelijke verbruik!
- Openbare gebouwen worden niet jaar na jaar
door andere bewoners gebruikt. Certificering die rekening
houdt met het gebruik van het gebouw en het beheer
van het gebouw heeft dus wel degelijk zin.
- De certificering van koop- of huurpanden wordt
in de tijd gespreid, naargelang van de verkoop of
verhuring. Openbare gebouwen moeten echter in één
keer gecertificeerd worden: de procedure moet dus
eenvoudig zijn.
Operational rating is dus zeer geschikt voor openbare
gebouwen. De meeste Europese landen* - ook het Vlaamse
Gewest - hebben de voorkeur gegeven aan deze methode.
* Volgens de recentste informatie hebben naast het
Vlaamse Gewest, de volgende lidstaten voor deze methode
geopteerd: Duitsland, Bulgarije, Spanje, Estland,
Finland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Ierland,
Malta, Tsjechië, Slowakije, Slovenië
EPLABEL
Daarom steunt de Europese Commissie het project IEE
SAVE EPLABEL (01/01/2005 - 28/02/2007).
De methode EPLABEL biedt de mogelijkheid de prestatie
van een gebouw te evalueren door vergelijking met
een benchmark, dat wil zeggen een aanzienlijk aantal
soortgelijke gebouwen. De vereiste minimum gegevens
zijn het type gebouw (om de gepaste benchmark te bepalen),
het verbruik fossiele brandstof en elektrische energie,
en de oppervlakte van het gebouw. De methode houdt
rekening met een klimaatcorrectie van de gegevens,
het gemengde gebruik van een gebouw (verschillende
functies in eenzelfde gebouw), bijzonder energieverbruik
(atypisch energieverbruik in vergelijking met de benchmark),
gebruik van hernieuwbare energie, …
Op de site van het project is nu de uitgewerkte Microsoft
Excel software beschikbaar. Eerstdaags is ook een
online versie beschikbaar.
Voor meer informatie:
Video-presentaties
van de International Conference on Energy Performance
and Indoor Climate, Lyon (20-22 November 2006)
Het
IMPACT Project door Kirsten Engelund Thomsen, Senior
Researcher, SBI
EPLabel
door Robert Cohen, Principal Energy Consultant, ESD
Most recent change | 30-01-2007
|