impact_top
Home > Impact > Country pages

Belgium Dutch text

 

 
                   

Archief
 
Belgische Newsletter 4
 

Download - 87 KB

 

 


 
Newsletter 4
  De resultaten van het IMPACT project zijn nu beschikbaar    
 
  Verslag 1: IMPACT Nationale Energieprestatie Certificatietest in België
  Verslag 2: Compilatie van nationale testrapporten
  Verslag 3: Nationaal Test Evaluatie Rapport - Richtlijnen van Goede Praktijk
   
 
Resultaten van andere Europese projecten
   
 
  STABLE : Verzekeren van de start van de energiecertificatie van gebouwen; Het verbeteren van de aantrekkelijkheid van de markt door betrokkenheid van de gebouweigenaar
  EPLABEL : Een programma om energiecertificaten af te leveren gebaseerd op gemeten energieverbruik zichtbaar gesteld in publieke gebouwen in Europa binnen een harmoniserend netwerk (www.eplabel.org)
   
 
Video-presentaties van de International Conference on Energy Performance and Indoor Climate, Lyon (20-22 November 2006)
   
 
  Het IMPACT Project door Kirsten Engelund Thomsen, Senior Researcher, SBI
  EPLABEL door Robert Cohen, Principal Energy Consultant, ESD
   

 


Resultaten van het IMPACT project

1- IMPACT Nationale Energieprestatie Certificatietest in België

Het Impact project in België heeft de verschillende stappen bekeken, nodig om de energie certificatie te implementeren. Coherentie tussen de verschillende methodologiën toegepast op gebouwen gedurende een bepaalde fase in hun bestaan (nieuw versus bestaand gebouw) is een belangrijk punt. Een vergelijking (zowel theoretisch als numeriek) tussen de twee procedures voor nieuwe en bestaande gebouwen is gerealiseerd.
Testen uitgevoerd in de praktijk focusten op de toepassing van de Energieadviesprocedure (EAP) om zijn pro's en contra's als een certificatiemethode voor bestaande woningen te onderzoeken.
Deze procedure is - momenteel - de enige in België gerelateerd aan een certificatiemethode voor gebouwen. Zowel de opleiding voor experts als de feitelijke methodologie werden onderzocht. Ook werden externe experts naar hun ervaring en ideeën gevraagd over de introductie in de markt van een toekomstig verplicht certificaat.
De resultaten waren redelijk optimistisch en positief, maar toch blijven er vele onzekerheden bestaan. De uiteindelijke methode zal eenvoudig moeten zijn (maar niet simplistisch) en de procedures zullen heel duidelijk moeten zijn.
Mogelijkheden om de huidige versie van de EAP te vereenvoudigen zijn ook geïdentificeerd. Een sensitiviteitsanalyse van de input data van de EAP werd gerealiseerd. Aanbevelingen naar experts werden geformuleerd en verspreid.

 

Download de verslagen


 

2 - Compilatie van nationale testrapporten


De vooruitgang van het IMPACT project was sterk verbonden met de nationale implementatie van de EPBD. Ondanks dat bijna alle landen in zekere mate vertraging hadden opgelopen hieromtrent, werden de IMPACT testen toch vervolledigd in 6 Europese landen met enkele belangrijke resultaten. Deze hebben de nationale implementatie op hun beurt beïnvloed en bijgedragen tot de oplossing van specifieke problemen. De resultaten van deze testen zijn samengevat in één verslag.

Alle gebouwtypes (kleine en grote residentiële gebouwen, flats, niet-residentiële gebouwen) werden behandeld in het project. Het aantal auditeurs, hun kwalificatie en opleiding en ook de correlatie tussen de gebruikte methode en de kosten van de certificatie werden intensief bekeken door de verschillende partners. Er zijn ook enkele testen die speciaal aandacht besteden aan een specifiek element in een bepaald land.

De resultaten kunnen dienen als inspiratiebron voor andere landen die dezelfde randvoorwaarden opgelegd kregen.
Het doel van dit document is om een overzicht te geven van de verschillende aanpakken en de resultaten in de verschillende landen.


Download de verslagen


 

3 - Nationaal Test Evaluatie Rapport - Richtlijnen van Goede Praktijk

IMPACT testen werden uitgevoerd in 6 landen: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Nederland en Spanje.

Gebaseerd op bevindingen van de nationale IMPACT testen werd een model van goede praktijk ontwikkeld voor de energiecertificatie in Europa. Dit model dekt alle essentiële stappen voor energiecertificatie en zo kunnen algemene richtlijnen van goede praktijk ook ontwikkeld worden voor andere lidstaten. Deze richtlijnen worden voorgesteld door het beantwoorden van 10 hoofdvragen die de implementering en uitvoering aanbelangen van de energiecertificering van gebouwen.

Een optimale, succesvolle aanpak in een specifiek land hangt af van de nationale context. Alle methoden hebben bepaalde voor- en nadelen, de welke grondig beschreven zijn in het rapport.


Download de verslagen


 

STABLE: Verzekeren van de start van de energiecertificatie van gebouwen; Het verbeteren van de aantrekkelijkheid van de markt door betrokkenheid van de gebouweigenaar

VITO realiseert in België het STABLE-project. Het project voorziet in België verschillende acties om energiecertificatie beter bekend te maken bij de bouwmarkt en vooral bij gebouweigenaars. Daarom voerde VITO enquêtes uit bij gebouweigenaars, met het doel een idee te vormen over hun verwachtingen en eisen in verband met energiecertificatie en hoe de invoering van certificatie voor hen een meerwaarde kan bieden.

Verschillende verenigingen van eigenaars hebben meegewerkt aan de enquête: het AES-SNP en het Nationaal Informatie Centrum voor Mede-eigenaars vzw. Aangezien de Belgische gebouweigenaar moeilijk via verenigingen te contacteren is, werd een derde actie via het internet opgezet. Hierbij werd de actie ondersteund door Livios (http://www.livios.be).

De resultaten geven een goede kwantitatieve en kwalitatieve indruk van de opinie van gebouweigenaars over gebouwcertificatie.

Enkele sterkere of meer verrassende punten kunnen als volgt onderstreept worden:

  • De meeste eigenaars zijn sterk tot heel sterk geïnteresseerd in de informatie die hen wordt geboden.
  • De zwart-wit gegevens op het certificaat dragen de grootste interesse weg: wat is het jaarlijkse energieverbruik, wat is de jaarlijkse kost, en vooral hoe kan dit praktisch verbeteren.
  • Vergelijking tussen verschillende gebouwen via een label of kleurendiagramma, is minder interessant voor gebouweigenaars. Deze informatie is uiteindelijk meer voor de potentiële kopers. Als aandachtspunt geldt dat heel negatieve labels vooral demotiverend werken. Bij de invoering is het dus nodig om zorgvuldig de voorstellingsmethode te kiezen om deze demotivering te vermijden.
  • Eigenaars beschouwen het certificaat als een belangrijk document, maar het is slechts één van de factoren in het gehele bouw- of koopproces. Sommige factoren zoals de ligging of de grootte van het gebouw zijn duidelijk belangrijker.

Uiteindelijk zullen de gebouweigenaars betalen voor het certificaat. Over de kostprijs zijn de eigenaars bereid genuanceerd te blijven. Wat daarvoor wordt verwacht, is ten eerste dat nauwkeurige informatie, die heel specifiek van toepassing is op hun huis, gedetailleerd wordt beschreven in het certificatieverslag.

Een tweede grote vereiste van de eigenaars is de vraag naar een kwaliteitsgarantie van het certificaat.
Het certificaat geeft dus informatie die door de eigenaars met interesse wordt aanvaard, maar de eigenaars verwachten wel kwaliteit.


 


EPLABEL: Een programma om energiecertificaten af te leveren gebaseerd op gemeten energieverbruik zichtbaar gesteld in publieke gebouwen in Europa binnen een harmoniserend netwerk (www.eplabel.org)


"Asset rating" en "operationnal rating"


Er bestaan twee belangrijke methoden om de energieprestatie van een gebouw te evalueren: evaluatie door berekening (in het Engels: "asset rating") of evaluatie op basis van het werkelijke verbruik (in het Engels: "operational rating"). Beide methoden hebben voor- en nadelen.

  • Asset rating vergt een aanzienlijk aantal inputgegevens en maakt het mogelijk snel de energiebesparingsmaatregelen te identificeren om de prestatie van het gebouw te verbeteren, met uitzondering van de maatregelen die verband houden met niet-geanalyseerde parameters (waaronder de kwaliteit van de uitvoering van het gebouw, het beheer en het werkelijke gebruik van het gebouw).
  • Operational rating vergt weinig gegevens en is dus gemakkelijker te realiseren. De kwaliteit van de uitvoering van het gebouw, het beheer en het werkelijke gebruik van het gebouw hebben een invloed op de prestatie van het gebouw. Een nadeel van deze methode is dat het een abnormaal hoog verbruik veroorzaakt.

Opmerking: In België is de procedure voor energieadvies een gemengde methode. Het is een combinatie van asset rating voor de evaluatie van de prestaties van een woning, en operational rating voor de evaluatie van de mogelijke besparing.

Openbare gebouwen

Asset rating is heel geschikt voor residentiële of handelspanden - koop- of huurpanden - omdat het de toekomstige eigenaar of huurder objectieve informatie verstrekt, onafhankelijk van het gebruik van het gebouw door de vorige eigenaar of huurder. Dat is niet het geval voor openbare gebouwen, om minstens drie redenen:

  • Voor de inwoners van een gemeente is het interessanter te weten hoeveel een gebouw van de gemeente werkelijk verbruikt dan het theoretische verbruik, want zij betalen het werkelijke verbruik!
  • Openbare gebouwen worden niet jaar na jaar door andere bewoners gebruikt. Certificering die rekening houdt met het gebruik van het gebouw en het beheer van het gebouw heeft dus wel degelijk zin.
  • De certificering van koop- of huurpanden wordt in de tijd gespreid, naargelang van de verkoop of verhuring. Openbare gebouwen moeten echter in één keer gecertificeerd worden: de procedure moet dus eenvoudig zijn.

Operational rating is dus zeer geschikt voor openbare gebouwen. De meeste Europese landen* - ook het Vlaamse Gewest - hebben de voorkeur gegeven aan deze methode.

* Volgens de recentste informatie hebben naast het Vlaamse Gewest, de volgende lidstaten voor deze methode geopteerd: Duitsland, Bulgarije, Spanje, Estland, Finland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Ierland, Malta, Tsjechië, Slowakije, Slovenië


EPLABEL

Daarom steunt de Europese Commissie het project IEE SAVE EPLABEL (01/01/2005 - 28/02/2007).

De methode EPLABEL biedt de mogelijkheid de prestatie van een gebouw te evalueren door vergelijking met een benchmark, dat wil zeggen een aanzienlijk aantal soortgelijke gebouwen. De vereiste minimum gegevens zijn het type gebouw (om de gepaste benchmark te bepalen), het verbruik fossiele brandstof en elektrische energie, en de oppervlakte van het gebouw. De methode houdt rekening met een klimaatcorrectie van de gegevens, het gemengde gebruik van een gebouw (verschillende functies in eenzelfde gebouw), bijzonder energieverbruik (atypisch energieverbruik in vergelijking met de benchmark), gebruik van hernieuwbare energie, …

Op de site van het project is nu de uitgewerkte Microsoft Excel software beschikbaar. Eerstdaags is ook een online versie beschikbaar.


Voor meer informatie:

  www.eplabel.org
  Nicolas Heijmans, Projectleider, WTCB
Mail : nhe@bbri.be




 

Video-presentaties van de International Conference on Energy Performance and Indoor Climate, Lyon (20-22 November 2006)

Het IMPACT Project door Kirsten Engelund Thomsen, Senior Researcher, SBI

 

Bekijk de video-opname en download de presentatie

                 

 EPLabel door Robert Cohen, Principal Energy Consultant, ESD



Bekijk de video-opname en download de presentatie

                


Most recent change | 30-01-2007